
Het is vast al opgevallen dat het weer spinnentijd is. Mannetjesspinnen komen tevoorschijn uit hun schuilplaats om vrouwtjes te zoeken waarmee ze zich kunnen voortplanten. Door de dauw zien we ze in deze periode ook veel beter. Hoewel veel mensen er rillingen van krijgen, zijn ze erg de moeite waard om eens goed van dichtbij te bekijken, want het zijn best fascinerende beestjes! Ook is het erg leuk om (bijvoorbeeld met kinderen) op spinnenzoektocht te gaan met onze spinnenbingo. Die kun je onderaan deze pagina downloaden.
Misschien wel het meest indrukwekkende exemplaar dat je kunt tegenkomen is de wespspin. Oorspronkelijk komt deze spin uit het Middellandse Zeegebied, maar door het veranderende klimaat is de felgeel met zwart gestreepte spin zich steeds noordelijker gaan vestigen. Pas in 1980 is de wespspin voor het eerst waargenomen in Limburg. De wespspin wordt ook wel tijgerspin genoemd. Hij voedt zich met grote insecten, zoals sprinkhanen, hommels of libellen. De spin kan niet steken, maar wel bijten. Deze beet is niet gevaarlijk voor mensen. Opmerkelijk is dat de vrouwtjes aanzienlijk groter zijn (tot 20 mm) dan de mannetjes (tot 5 mm). Na het paren kan het vrouwtje het mannetje inwikkelen en later opeten. Ze spint vervolgens bruine eicocons, waar soms wel 400 eitjes in worden gelegd.

De spin die we op Mepperdennen het meest tegenkomen is de kruisspin. In die zin is het niet de meest bijzondere soort, maar ook over de kruisspin valt zeker iets interessants te vertellen. Want wist je dat de kruisspin dagelijks een nieuw wielweb bouwt? Soms is dit web ruim een meter groot. Het spindraad van de kruisspin is het sterkste spindraad ter wereld. Als een prooi in het net vliegt, wordt deze snel ingewikkeld. Een giftige beet maakt de prooi van binnen vloeibaar, zodat de kruisspin zijn prooi op kan drinken.

De eigenschap ‘romantisch’ is misschien niet de eerste die je een spinachtige zou toebedelen, maar het mannetje van de kraamwebspin biedt een vrouwtje een bruidsgeschenk aan in de vorm van een ingepakte prooi. Dit is overigens niet helemaal uit romantische overwegingen, maar vooral om te voorkomen dat ie zelf wordt opgegeten na het paren. Een web van een kraamwebspin dient niet om prooien in te vangen. Deze worden namelijk gevangen door met gifkaken en poten achter de prooi aan te rennen. Het vrouwtje draagt haar eicocon tussen haar kaken, onder het lijfje. Vlak voordat de eitjes uitkomen spint het vrouwtje een koepelvormig kraamweb.

De herfsthangmatspin is uniek in zijn soort, omdat het mannetje en een vrouwtje een tijd naast elkaar leven in een web. Het vrouwtje hangt aan de onderkant, wachtend op prooien. Met seksferomonen lokken de vrouwtjes de mannetjes naar het web, waardoor mannetjes na het paren blijven om het vrouwtje te beschermen. Vooral in de late zomer en herfst komen we deze spin veel tegen op Mepperdennen.

Een andere veel voorkomende spin is de komkommerspin. Deze spin is onder andere te herkennen aan zijn felgroene kleur, maar in de herfst kunnen ze bruin worden, voor een betere camouflage. De mannetjes wachten in het net, totdat het vrouwtje er klaar voor is om te paren. In zijn web vangt deze spin kleine insecten die hij doodt met een giftige beet. Voor mensen is deze beet niet gevaarlijk..

De wolfspin is een snelle actieve jager met acht zeer scherpziende ogen. In tegenstelling tot andere spinsoorten maakt een wolfspin geen web. De vrouwtjes dragen de eitjes in een zak met zich mee, of verstoppen deze in de grond. Als de eitjes zijn uitgekomen, klimmen de jongen op haar rug en moeder draagt hen met zich mee. De wolfspin schuilt overdag en is ’s nachts actief. Sommige wolfspinnen jagen zelfs op water, naar visjes en andere waterdieren.

De schorsmarpissa is een springspin. Een prooi wordt beslopen en vervolgens besprongen. Je kunt deze spin zowel buiten als binnen tegenkomen. Met zijn acht ogen heeft deze spin een bijzonder goed gezichtsvermogen en met zijn voorste twee ogen ziet hij diepte. Bij een sprong hangt zijn leven soms aan een zijden draadje. Letterlijk, want deze spint hij preventief


Er loopt momenteel niet alleen een kudde schapen in ons gebied, maar ook een koppel Nederlandse landgeiten.

Overdag merk je nauwelijks iets van de nachtvlinders die zich hier verschuilen, maar een wit laken en een paar goede lampen maken plotseling een heel nieuwe wereld zichtbaar.

Een prachtig primeurtje op natuurbegraafplaats Mepperdennen: de allereerste honing van onze ‘eigen’ honingbijen is een feit! Geïnteresseerden waren van harte welkom in het ontvangsthuis om dit bijzondere moment mee te maken.